Gewone es

Essen horen bij de olijffamilie, evenals olijf, forsythia, jasmijn, liguster en sering. Op het hele noordelijk halfrond groeien 49 soorten essen. In onze streken is er slechts één inheems. De gewone es is veruit de meest aangeplante soort, terwijl smalbladige es populair is in stedelijk gebied.
Het woord 'es' is afgeleid van het Germaanse 'asker', dat zowel scherp als speer betekent. Essenhout was vroeger het sperenhout bij uitstek. In het Germaanse scheppingsverhaal speelt de es een belangrijke rol: de eerste mensen zijn geschapen uit de aangespoelde boomstammen Askr en Embla, dat zijn de es en de iep. Uit de es werd de man geschapen en uit de iep de vrouw.

Herkenning
Kenmerkend zijn de samengestelde bladeren en de dikke tegenoverstaande knoppen. De meeste soorten bloeien begin april. Het reproductiesysteem is ingewikkeld. De soorten zijn eenhuizig of tweehuizig; met eenslachtige, tweeslachtige of polygame bloeiwijzen, en met overgangsvormen tussen beide systemen en bloeiwijzen in. De bloemen kunnen zowel door de wind als door insecten bestoven worden. Een lange vleugel aan de platte nootvrucht zorgt voor verspreiding door wind en stromend water. In de winterperiode, van november tot maart vallen de vruchten af. Essencultivars zijn doorgaans mannelijk en dragen weinig of geen zaad. Ze zaaien zich dan niet uit in stedelijke en landschappelijke beplantingen.

Groeiplaats
Essen zijn soorten voor voedselrijke bodems: zuurgraad- en droogtetolerantie verschillen erg per soort.

Biodiversiteit en aantastingen
Het meniezwammetje veroorzaakt sterfteplekken op de stam. De bastwoekerziekte veroorzaakt door de bacterie geeft soms problemen bij oudere bomen. De verwelkingsziekte is een bodemschimmel die via wonden kan binnendringen en vooral jonge bomen aantast en doet afsterven. Essenbastkanker komt veel voor, en de wilgenhoutrups kan via stamverwondingen binnendringen. In 2009 is voor het eerst een schimmel waargenomen (Chalara fraxinea) die de essentaksterfte veroorzaakt. De aantasting verspreidt zich snel. In het Bialowieza Nationaal Park in Polen zijn de meeste essen anno 2012 gesneuveld.

Gewone es - Fraxinus excelsior

De gewone es dankt zijn succes en populariteit vooral aan de combinatie van groeikracht, houtkwaliteit, gezondheid en zijn tolerantie tegen zeewind en strooizout.

Herkenning
De gewone es is te onderscheiden van de smalbladige es door de pluimvormige bloeiwijze. Kenmerkend zijn ook de zwarte tegenoverstaande knoppen in de winter, die 's zomers nog zeer donkerbruin gekleurd zijn.

Groeiplaats
De natuurlijke bostypen zijn het zeer soortenrijke essen-iepenbos, het vogelkers-essenbos en het essenbronbos. In zijn natuurlijk areaal groeien gewone essen op vochtige en voedselrijke klei- en leemgronden langs rivieren en beken en op löss, op matig zure tot kalkhoudende bodems. Ze verdragen overstroming goed in de winter en het vroege voorjaar, maar in de vegetatieperiode slechts voor zeer korte tijd. De hoogste bomen komen voor op rivierklei en lössgronden. Vooral op drogere gronden is de kroon transparant.

Biodiversiteit en aantastingen
Essenschors is een belangrijke drager van epifytische mossen. Niet veel insectensoorten profiteren van de es: in Engeland zijn er 68 geteld, dit is weinig vergeleken bij de meer dan 400 soorten bij wilgen en eiken. De larve van het essenmotje verraadt zich door de mijngangen in de bladeren en door vraatgangen in twijgen en knoppen, waarna twijgen soms vergaffelen. Ook de gewone es is gevoelig voor de essentakziekte.

Toepassing en beheer
Essen zijn vooral populair in hakhoutpercelen en landschappelijke lijnvormige beplantingen. Het is de es die de grootste hoogte kan bereiken, maar hoogten van 30 meter of meer zijn alleen mogelijk in bossen met een permanent vochtige en voedselrijke bodem.

Gebruik
Behalve het hout werd het loof veel gebruikt als loofhooi tijdens de winterperiode. De knotessen die voor dit doel werden gevormd, bestaan nog wel, maar dan als landschappelijk element zonder economische betekenis. Knotbomen zijn ecologisch zeer waardevol (Het Knotbomenboek, 2010). In 1942 werd een es geselecteerd met de beste houtkwaliteit voor skies. De cultivar werd 'Doorenbos' genoemd. Hij is nog aanwezig in diverse beplantingen en heeft een brede kroon. De es in Hinkeloord is een 'Doorenbos' en hij is ook aanwezig in lanen in Hilversum.

Waar te zien
De bekendste monumentale es, in Dwarsgracht, is omstreeks 1820 geplant (omtrek 465 cm). De dikste essen staan in Oostvoorne (omtrek ± 500 cm), Voerendaal bij kasteel Puth (omtrek 482 cm), Blauwhuis in Friesland (omtrek 476 cm) en Marienwaerdt (omtrek 473 cm).

Gegevens op een rijtje
Natuurlijk areaal: Europa, Kaukasus en Turkije
Status: inheems, zeer algemeen
Bodemeisen: voedselrijk
Schaduwtolerantie (1-5): redelijk 2,7
Droogtetolerantie (1-5): redelijk, 2,5
Hoogte: 21,4-39,5 meter
Omtrek: 3,5-4,8 meter
Leeftijdverwachting: 150-200 jaar
Kroonvorm: ovaal tot rond, breed, (half)transparant
Bladlengte: blaadjes 9-12 cm
Bloeiperiode: april
Zaadval: oktober
Vermeerdering: zaaien, enten, stekken
Toepassing: parken, lanen

Bron: Loofbomen in Nederland en Vlaanderen door Leo Goudzwaard
Uitgegeven door KNNV Uitgeverij, Zeist, ISBN 978 90 5011 4325, www.bomenkennis.nl