Bomen langs provinciale wegen

Bomen langs provinciale wegen

Langs provinciale wegen worden steeds vaker en op grote schaal bomen gekapt.

In heel Nederland worden wegbeheerders geacht hun wegen zoveel mogelijk conform de landelijke richtlijnen van het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek) in te richten. Eén van deze richtlijnen beveelt aan om bij 80 km wegen (dus met name veel provinciale wegen) een obstakelvrije zone langs de wegen te hanteren van 4,5 tot 6 meter. Dit houdt in dat zich in die zone ook geen bomen mogen bevinden.

De richtlijnen van de CROW zijn nadrukkelijk richtlijnen die uitgaan van een optimale inrichting van bepaalde typen wegen voor het gebruik van die wegen naar hedendaagse inzichten. Deze richtlijnen worden breed gedragen binnen de wegensector. Het spreekt voor de Bomenstichting voor zich om bij nieuw inrichten, of nieuwe aanleg van wegen gebruik te maken van richtlijnen en te kijken of je die op een goede en zinnige manier kunt volgen bij het uitwerken en realiseren van plannen. Wij willen echter benadrukken dat een richtlijn geen voorschrift is. Wegbeheerders kunnen bepalen of ze conform de richtlijnen willen werken of niet.

Dat bij nieuwe aanleg of vernieuwde inrichting bomen op een grotere afstand van de rijbaan worden geplant, heeft overigens ook voor bomen een groot voordeel. Ze hebben dan veelal ondergronds meer ruimte beschikbaar om zich duurzaam te kunnen ontwikkelen.

De waarde van bomen

Nederland ligt vol met bestaande situaties, die historisch gegroeid zijn en vaak een inrichting kennen vanuit andere (oudere) inzichten, die dus niet op alle fronten voldoen aan de hedendaagse richtlijnen van het CROW. Deze bestaande situaties functioneren - misschien niet in alle omstandigheden even optimaal - en worden overal in Nederland dagelijks gebruikt. De bomen langs onze wegen vervullen functies in vele opzichten. Denk daarbij aan de ecologische functie en de landschappelijke waarden van bomen, hun attentiewaarde voor het verkeer (markeren van bochten, kruisingen e.d.), de schaduwwerking boven de rijbaan en de gunstige invloed die bomen hebben op het microklimaat en de luchtkwaliteit.

Afwegen van belangen

Dat er ook bestaande situaties zijn waarbij de aanwezigheid van bomen een negatief effect kan hebben op de verkeersveiligheid, ontkent de Bomenstichting geenszins.

Bij nieuwe aanleg, inrichting of herinrichting van wegen moet er een afweging gemaakt worden van allerlei belangen. Dat in die afweging soms bestaande bomen moeten wijken en plaats maken voor nieuwe aanplant, waarbij rekening wordt gehouden met een obstakelvrije zone, kunnen wij ons goed voorstellen. Dat in die afweging bestaande bomen juist gehandhaafd blijven, omdat ze een duidelijke meerwaarde hebben op andere vlakken, is in onze ogen echter net zo goed mogelijk.

Zie ook onze nieuwsbrief van juni 2015.